De werknemer, de ZZP’er en… de kluswerker?

Ze zijn tegenwoordig niet meer weg te denken uit ons straatbeeld: de fietsers van Deliveroo, Foodora en UberEATS. Ook het populaire online schoonmaakplatform Helpling wint gestaag aan populariteit. Uit onderzoek van het onderzoeksinstituut Kaleidos blijkt dat maar liefst 25% van de Nederlanders gebruik maakt van een of meer van deze startup-dienstverleners. Drie jaar geleden lag dit percentage nog maar op 6%. Mensen die zich te werk laten stellen via dergelijke apps, de app-loners of ‘kluswerkers’, zijn echter niet in loondienst. Hun werk wordt ‘platformarbeid’ genoemd. Door de overheid en door hun opdrachtgever worden zij als zelfstandigen gezien. Is dat wel juist?

Neem als voorbeeld de fietsers van de verschillende thuisbezorgers. Zij verdienen geld per rit en niet per uur. Als zij hard doorfietsen, verdienen zij dus een relatief hoog ‘uurloon’.  De fietsers zijn daarbij zelf verantwoordelijk voor een verzekering tegen arbeidsongeschiktheid en inkomensverlies. Kortom, een fietser die betrokken raakt bij een ongeluk is van de een of de andere dag al zijn inkomsten kwijt. Een en ander heeft al geresulteerd in grote stakingen van UberEATS in Londen in 2016. Ook zijn er al enkele rechterlijke uitspraken waarin werd geoordeeld dat sprake was van een arbeidsovereenkomst, dan wel een worker-status, waarbij de werker recht heeft op onder meer het minimumloon en vakantiedagen.

Het is voor de Nederlandse arbeidsrechtpraktijk niet eenvoudig om deze kluswerkers juridisch te duiden: neem het voorbeeld van de schoonmakers die werken via Helpling. Veel belanghebbenden zijn van mening dat zij onder de ‘Regeling Dienstverlening aan huis’ vallen, een regeling die betrekking heeft op bijvoorbeeld schoonmakers en dienstverleners die niet meer dan drie dagen per week werken. Ook de Uber-chauffeur is vrij om te bepalen of hij komt werken, dan wel of hij zich laat vervangen. Maar het tarief – de beloning – wordt dan weer bepaald door Uber. Is het arbeidsrecht zoals we dat nu hebben in Nederland eigenlijk wel geschikt om de juridische relatie te duiden?

Oplossingen

Een ding staat buiten kijf: de businessmodellen van de startups zijn niet berekend op hogere prijzen. Ook particulieren zijn hier niet op berekend. Immers, indien de prijs voor een schoonmaker ineens verdubbelt, dan zoekt men een goedkopere schoonmaker, ondanks dat deze werkzaam is in het zwarte circuit.

In Frankrijk en Zweden heeft men inmiddels ingespeeld op dit probleem. Daar betaalt de particulier wel het hogere bedrag per uur, maar ontvangt daarvan een aanzienlijk deel terug via de belasting. Op deze manier wordt de schoonmaker beschermd en blijft hij buiten de zwarte markt. Nadeel: de overheid genereert geen belastinginkomsten en de schoonmaker die niet via Helpling werkt ondervindt concurrentienadeel.

Een andere oplossingsrichting zou zijn het voorzien in een goedkope verzekering: in Pennsylvania krijgen chauffeurs van Uber de mogelijkheid om zich voor 5 cent per rit te verzekeren.

Derde status

Ook kan het creëren van een zogenoemde ‘derde status’ een oplossing bieden voor kluswerkers die geen werknemer maar ook geen zelfstandige zijn. Deze kluswerkers worden dan geregistreerd en betalen belasting, maar de opdrachtgevers betalen wel een hoger uurloon. De vraag is of dit erg is of dat het bieden van bescherming voorop moet staan.

In ieder geval is helder dat een oplossing voor het probleem nog niet bestaat. Dit onderwerp zal zonder twijfel een agendapunt worden voor het volgende kabinet. Wat ons betreft past deze discussie in een bredere discussie over de arbeidsmarkt. Als iedereen – de opdrachtgever, de platformen en de kluswerker – zijn steentje bijdraagt, moet het mogelijk zijn nieuwe vormen van arbeid ook een wettelijke plaats te geven, zodat ook nieuwe vormen van professionals in de toekomst niet tussen de wal en het schip vallen.

Wouter Engelsman & Isabel Somers