Europese Ondernemingsraad geen voorrang op lokale ondernemingsraad

Internationale concerns met een Europese ondernemingsraad (“EOR”) dienen er rekening mee te houden dat deze EOR ook moet worden geraadpleegd wanneer een reorganisatie plaatsvindt binnen één onderneming in één lidstaat. Daarvoor is wel vereist dat die reorganisatie mogelijk ook gevolgen heeft voor een of meer ondernemingen in andere lidstaten. Die gevolgen hoeven nog niet concreet te zijn. De EOR hoeft echter niet te worden geraadpleegd vóórdat de nationale ondernemingsraad en vakbonden zijn geraadpleegd, zo blijkt uit een recente uitspraak van Rechtbank Rotterdam.

Wat speelde er?

Alcoa Spanje, een bedrijf dat onderdeel uitmaakt van een concern dat zich richt op het produceren van aluminium, begon in oktober 2018 een consultatieproces met de Spaanse ondernemingsraden. Aanleiding was een mogelijk collectief ontslag van 700 medewerkers door de sluiting van twee vestigingen in Spanje. Dit betrof maar liefst twintig procent van het totale Europese personeelsbestand. Gelijktijdig met deze raadpleging informeerde Alcoa haar EOR over de mogelijke reorganisatie en werden de vakorganisaties gehoord.

De EOR vond echter dat zij als eerste had moeten worden geraadpleegd om nog wezenlijk invloed op de besluitvorming uit te kunnen oefenen. Zij stapt naar de Rotterdamse rechter en verzoekt Alcoa te bevelen het overleg met de ondernemingsraad in Spanje te beëindigen en alle gevolgen van het overleg terug te draaien op straffe van een dwangsom. Alcoa op haar beurt is van mening niet verplicht te zijn eerst de EOR te consulteren alvorens in overleg te treden met de Spaanse ondernemingsraden en vakbonden. Zij verzoekt om afwijzing van de vorderingen.

De uitspraak

De EOR heeft op grond van de Europese EOR-richtlijn bevoegdheden ten aanzien van transnationale (grensoverschrijdende) aangelegenheden. In de praktijk is het echter niet altijd eenvoudig vast te stellen of sprake is van een transnationale aangelegenheid. In deze zaak komt de Nederlandse rechter tot de conclusie dat het besluit dat slechts in één lidstaat (Spanje) speelt toch een grensoverschrijdende aangelegenheid betreft, omdat het mogelijk gevolgen heeft voor ondernemingen in andere lidstaten. Dit is in lijn met eerdere jurisprudentie. Een reorganisatie in één lidstaat kan een grensoverschrijdende aangelegenheid zijn, nu het onderdeel is van een Europese herstructurering. Een vereiste is wel dat de reorganisatie in het ene land mogelijk gevolgen heeft voor ondernemingen in andere lidstaten, maar die gevolgen hoeven nog niet concreet te zijn. In dit geval zou de sluiting van de vestigingen in Spanje mogelijk een krimping van het Shared Service Center in Hongarije tot gevolg hebben, omdat er dan minder ondersteunend/faciliterend werk valt te verrichten voor de vestigingen in Spanje.

De rechter oordeelt verder dat de EOR niet hoeft te worden geraadpleegd vóórdat de nationale ondernemingsraad en vakbonden zijn geraadpleegd. De EOR-richtlijn dwingt hier namelijk niet toe, want deze gaat uit van gelijktijdigheid van raadpleging. Ook in de EOR overeenkomst stond hierover niets vermeld. De EOR trekt aan het kortste eind.

Kortom, hoewel de raadpleging van de EOR in praktijk vaak gebeurt voordat lokale ondernemingsraden worden geconsulteerd, is dit geen door de EOR afdwingbaar recht.

Anneke Pelser (ap@clintlegal.com / +31 20 820 0330)