Help, geen platformrelatie is hetzelfde!

De platformeconomie is niet meer weg te denken uit onze maatschappij: het bestellen van een maaltijd, een rit regelen naar het vliegveld, een oppas vinden voor je huisdieren en een klusjesman inschakelen voor het ophangen van een schilderij, het zijn allemaal voorbeelden van dienstverlening waarbij de overeenkomst tot stand komt via een platform.

Die ontwikkeling is niet te stuiten, maar leidt wel tot juridische discussies: op welke basis worden de werkzaamheden nu eigenlijk verricht: is sprake van een arbeidsovereenkomst of van een overeenkomst van opdracht? Zo oordeelde Rechtbank Amsterdam in 2018 nog dat een bezorger van Deliveroo werkzaam is op basis van de overeenkomst van opdracht. Maar begin dit jaar oordeelde dezelfde Rechtbank Amsterdam in een procedure tussen FNV en Deliveroo dat bezorgers van Deliveroo juist wel werkzaam zijn op basis van een arbeidsovereenkomst.

Op 1 juli 2019 oordeelde dezelfde rechtbank dat tussen platform Helpling en personen die via dit online platform schoonmaakwerk verrichten geen sprake is van een arbeids- of uitzendovereenkomst.

Wat speelde er in deze zaak?

Helpling is een online platform waar schoonmakers en huishoudens afspraken kunnen maken over het uitvoeren van huishoudelijke werkzaamheden.

De kantonrechter oordeelt dat geen sprake is van een arbeidsovereenkomst (of uitzendovereenkomst), omdat de gezagsverhouding ontbreekt. Volgens de kantonrechter faciliteert Helpling slechts de uitvoering van de werkzaamheden. Het beheren van de agenda, de afhandeling van klachten en de mogelijkheid om het account van de schoonmaker te blokkeren, het bieden van faciliteiten om facturen te sturen en het geven van tips om bepaalde schoonmaakwerkzaamheden te verrichten, is volgens de rechter onvoldoende om van een gezagsrelatie te kunnen spreken. De rechter acht het daarbij van belang dat de schoonmaker de werkzaamheden naar eigen inzicht kan invullen op het moment dat de schoonmaker dat zelf wil en dat de schoonmaker zijn eigen uurloon kan bepalen. Nu geen sprake is van een arbeidsovereenkomst of een uitzendovereenkomst oordeelt de rechtbank dat de CAO in het Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf ook niet van toepassing is.

Wel arbeidsbemiddeling

Rechtbank Amsterdam oordeelt verder dat weliswaar geen sprake is van terbeschikkingstelling, maar wel van arbeidsbemiddeling in de zin van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (“Waadi”). Volgens de rechter neemt Helpling door middel van haar platform een actieve rol in bij de totstandkoming van een arbeidsovereenkomst tussen de schoonmaker en de klant. Daarom is het niet toegestaan om de schoonmaker te laten betalen voor het gebruik van de diensten van Helpling. Hiermee dient Helpling dan ook per 1 augustus 2019 te stoppen.

De rechter oordeelt dat de rechtsverhouding tussen Helpling en de schoonmaker een overeenkomst van opdracht betreft. Tot slot oordeelt de rechter dat er tussen de schoonmakers en de particulier waarvoor het huishoudelijk werk wordt verricht, sprake is van een arbeidsovereenkomst die valt onder de Regeling Dienstverlening aan huis. Dit is een arbeidsovereenkomst met beperkte rechten voor de werknemer op het gebied van loondoorbetaling bij ziekte en ontslag.

Conclusie

Tussen platform Helpling en de schoonmaker in kwestie bestaat dus geen arbeidsrelatie, maar een overeenkomst van opdracht. Ook uit deze uitspraak volgt dat het ene platform (vergelijk Helpling met Deliveroo) de andere niet is en dat ook de ene platformrelatie de andere niet is (vergelijk de twee Deliveroo zaken). De uitspraak bevestigt maar dat in elk specifiek geval naar alle omstandigheden van het geval moet worden gekeken om te oordelen of al dan niet sprake is van een arbeidsovereenkomst.

Het voornaamste verschil tussen de verschillende platforms zit hem in de wijze waarop de dienstverleners hun werk organiseren en in hoeverre ze hierop aanwijzingen kunnen krijgen van het onlineplatform. Het gezag dat het platform al dan niet uitoefent, lijkt daarom ook van doorslaggevende betekenis voor de vraag of er al dan niet sprake is van een arbeidsovereenkomst. Kortom, geeft u als platform duidelijke instructies over de uitvoering van de diensten dan loopt u eerder het risico dat het bestaan van arbeidsovereenkomst wordt aangenomen.

Anneke Pelser (ap@clintlegal.com / +31 20 820 0330)