Leugentje om bestwil… Ontslag op staande voet?

Een liegende werknemer levert de nodige frustratie op bij de werkgever. Regelmatig gaan werkgevers daarom over tot ontslag op staande voet. Vormt liegen echter wel een dringende reden voor ontslag op staande voet? Recente uitspraken illustreren dat voorzichtigheid geboden is.

Liegen over contact met huisarts

De werknemer meldde zich telefonisch ziek wegens een ontstoken oog. Hij zei dat hij niet meer voor het weekend bij zijn huisarts terecht kon. De werkgever rook onraad en nam contact op met de huisarts van de werknemer. Die bevestigde dat de werknemer niet had gebeld. Sterker, hij kon diezelfde dag nog terecht. De werkgever verzocht de werknemer daarop zijn belhistorie te overleggen, maar die weigerde. Voor de werkgever was de maat vol: hij ontsloeg de werknemer op staande voet.

Het hof oordeelde in hoger beroep dat voor zover de werknemer heeft geprobeerd zijn herstel te vertragen door niet te bellen met zijn huisarts en daarover te liegen, de werkgever het loon had moeten opschorten. Het enkele feit dat de werknemer hierover loog was weliswaar verwijtbaar, maar rechtvaardige geen onmiddellijke beëindiging van zijn dienstverband. De werkgever trok dus aan het kortste eind en moest de werknemer bovendien, naast de transitievergoeding en de vergoeding voor het niet in acht nemen van de opzegtermijn, een billijke vergoeding van € 4.000 betalen.

Liegen over nevenwerkzaamheden tijdens ziekte

De werknemer was volledig arbeidsongeschikt voor haar werk als preventieassistente. De werkgever kwam erachter dat zij nog steeds werkzaam was in nagenoeg dezelfde functie bij een (andere) tandartspraktijk. Toen de werkgever haar hiermee confronteerde, bekende zij. De werkgever ontsloeg de werknemer op staande voet, omdat zij volgens de werkgever tijdens het gesprek alsnog had gelogen over de (omvang van) haar nevenwerkzaamheden. Omdat de werknemer van mening was dat inmiddels een vertrouwensbreuk was ontstaan, legde zij zich neer bij het einde van haar dienstverband en verzocht om toekenning van een billijke vergoeding naast de transitievergoeding.

De kantonrechter oordeelde dat de werkgever onvoldoende feiten en omstandigheden had gesteld waaruit bleek dat de werknemer glashard had gelogen over haar nevenwerkzaamheden. Een mindere zware maatregel dan ontslag op staande voet had volstaan. Verder oordeelde de kantonrechter dat de feiten en omstandigheden wel verwijtbaar waren, maar niet dusdanig ernstig dat sprake was van ernstige verwijtbaarheid. Wederom viste de werkgever achter het net: de kantonrechter kende zowel de transitievergoeding als een billijke vergoeding van EUR 17.300 toe.

Liegen over zakelijke afspraken

De werknemer was bij werkgever in dienst als junior accountmanager binnen- en buitendienst. Tijdens een werkoverleg zei de werknemer dat hij die middag een klantbezoek zou afleggen. In zijn agenda bleek hij twee klantbezoeken te hebben ingepland. Rond 14:30 uur vertrok de werknemer van kantoor. Kort daarop zag een collega dat de werknemer thuis was en meldde dit aan de werkgever. Deze ontsloeg de werkgever op staande voet.

De kantonrechter oordeelde dat vast was komen te staan dat de werknemer zijn werkgever had voorgelogen. Dit rechtvaardigde een ontslag op staande voet, omdat de werkgever er volgens de kantonrechter blindelings op moet kunnen vertrouwen dat een vertegenwoordiger de klantbezoeken aflegt die in zijn agenda zijn genoteerd, nu het niet of lastig controleerbaar is of de werknemer dat ook doet. Het ontslag op staande voet hield hier dus wél stand.

Conclusie

Kortom, pas op met ontslag op staande voet bij liegende werknemers. Ook al komen de leugens vast te staan, dan nog rechtvaardigt dit niet altijd een onmiddellijke beëindiging van het dienstverband maar kan een minder zware sanctie zijn aangewezen.

Fleur van Lieshout (fvl@clintlegal.com / +31 20 820 0330)