Arbeidsrechtelijke grenzen van de vrijheid van meningsuiting

Onlangs heeft Rechtbank Zeeland-West-Brabant een interessante uitspraak gedaan over de vrijheid van meningsuiting in de arbeidsrelatie.

In deze zaak kreeg een IC-verpleegkundige van het Elisabeth-Tweesteden Ziekenhuis (ETZ) een waarschuwing voor het plaatsen van een bericht op social media, waarin hij schreef dat artsen zijn “gehersenspoeld”. In de waarschuwing wees ETZ op zijn gedragscode social media en verzocht de IC-verpleegkundige rekening te houden met de belangen van ETZ alsmede met de gevolgen die zijn uitingen zouden kunnen hebben voor de beeldvorming over ETZ en zijn relatie met collega’s.

Interview ondanks waarschuwing

Ondanks deze waarschuwing liet de werknemer zich op zijn initiatief interviewen over de wijze waarop coronapatiënten werden behandeld in het ETZ. Daarin bracht hij ook, weliswaar zonder namen te noemen, details naar buiten over (overleden) patiënten. Daarop stelde ETZ de IC-verpleegkundige op non-actief en verzocht de kantonrechter zijn arbeidsovereenkomst te ontbinden zonder toekenning van een transitievergoeding wegens ernstig verwijtbaar gedrag. De verpleegkundige op zijn beurt beriep zich op de vrijheid van meningsuiting en wilde zijn dienstverband met ETZ voortzetten.

Kantonrechter

De kantonrechter overweegt dat de vrijheid van meningsuiting niet onbegrensd is. Hij verwijst daarbij naar het Herbai-arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM), waarin het hof bepaalde dat vier elementen van belang zijn bij de beoordeling van de vraag of een beperking van het recht op vrijheid van meningsuiting in een arbeidsrelatie geoorloofd is. Die elementen zijn:

  1. de aard van de gedane uiting;
  2. de motieven van de werknemer;
  3. de eventuele schade die de werkgever door de uiting van de werknemer lijdt of heeft geleden; en
  4. de zwaarte van de aan de werknemer opgelegde sanctie.

De kantonrechter oordeelt dat de IC-verpleegkundige de grenzen van de vrijheid van meningsuiting heeft overtreden, omdat hij gedetailleerde informatie heeft gedeeld over (overleden) patiënten. Dit is onaanvaardbaar en bovendien in strijd met de gedragscode social media en de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg, waarin de geheimhoudingsplicht van zorgverleners is neergelegd.

Vrijheid van meningsuiting niet onbeperkt

Hoewel de vrijheid van meningsuiting een fundamenteel recht is, vinden wij deze uitspraak correct. In het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) ligt immers vast dat de vrijheid van meningsuiting kan worden onderworpen aan bepaalde formaliteiten, voorwaarden, beperkingen of sancties, die bij de wet zijn voorzien en die in een democratische samenleving noodzakelijk zijn in het belang van onder meer de bescherming van de goede naam of de rechten van anderen en om de verspreiding van vertrouwelijke mededelingen te voorkomen.

Binnenkort zal ook de Hoge Raad zich uitspreken over dit onderwerp. In die zaak gaat het over een OR-lid van een ROC die een kritisch boek publiceerde over het gepersonaliseerd onderwijs. Zodra de Hoge Raad uitspraak heeft gedaan, zullen wij daarover berichten.

Sander Theunissen (st@clintlegal.com / +31 20 820 0330)