KinderRijk iedereen rijk!

KinderRijk iedereen rijk!

Binnen het management team van kinderopvang-organisatie KinderRijk ontstaat ruzie als gevolg van interne meldingen over respectloos en grensoverschrijdend gedrag van de bestuurder en enkele andere MT-leden. Er volgt een onderzoek door een externe organisatieadviseur, onder andere naar ‘elementen die het vertrouwen binnen de organisatie negatief beïnvloed hebben en/of beïnvloeden’.

De manager bedrijfsvoering wordt naar aanleiding van dit onderzoek op non-actief gesteld op basis van beschuldigingen van seksuele intimidatie, seksuele toespelingen, intimidatie, bedreiging en agressief en onfatsoenlijk taalgebruik. Dit gedrag zou vooral zijn gebleken uit communicatie via de WhatsApp-groep van het MT. De op non-actiefstelling vindt plaats na een kort gesprek in het bijzijn van de organisatieadviseur.

Nog hangende het onderzoek wordt een rapport opgesteld waarin o.a. de redenen voor de op non-actiefstelling van de manager worden vermeld. Dit rapport wordt gedeeld binnen de organisatie, voordat de onderzoeksbevindingen definitief waren en de manager hierop had kunnen reageren. Een aparte gang van zaken, mogelijk bedoeld om de rest van de medewerkers ‘tevreden’ te houden.

In de door KinderRijk gestarte ontbindingsprocedure oordelen zowel de kantonrechter als het hof dat de manager fatsoensnormen heeft overtreden en zich ver buiten de grenzen van het toelaatbare heeft begeven. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden op grond van verwijtbaar handelen door de manager. Het hof volgt dat oordeel in haar arrest van medio januari.

De manager vordert EUR 75.000 aan billijke vergoeding, waarvan EUR 10.000 netto aan immateriële schadevergoeding wegens een ernstige aantasting van haar persoonlijke integriteit. Ik vermoed dat het doel van de netto vordering was dat de fiscus aanvaardt dat een echte schadevergoeding onbelast is, in tegenstelling tot een ‘zuivere’ billijke vergoeding.

Omdat de arbeidsovereenkomst terecht is ontbonden vanwege verwijtbaar handelen van de manager komt haar geen (billijke) vergoeding vanwege materiële schade toe, aldus het hof. Maar wel een billijke vergoeding wegens immateriële schade. Door het overvallen van de manager met haar op non-actiefstelling, het gedetailleerd intern communiceren van deze non-actiefstelling nog tijdens het onderzoek en zonder de manager hierover fatsoenlijk te horen, voldeed het onderzoek niet aan de benodigde zorgvuldigheidseisen en was in strijd gehandeld met de beginselen van hoor en wederhoor. Hiervoor dient de manager immaterieel gecompenseerd te worden, aldus het hof.

Had het hof het verzoek tot betaling van een netto immateriële schadevergoeding strikt geïnterpreteerd, dan had afwijzing voor de hand gelegen. Voor het toekennen van een (netto) immateriële schadevergoeding is immers een meer of minder sterk psychisch onbehagen of een zich gekwetst voelen niet voldoende. Sterker, in het algemeen zal slechts bij een in de psychiatrie erkend ziektebeeld in rechte het bestaan van geestelijk letsel kunnen worden vastgesteld, aldus de Hoge Raad. Dit heeft de manager in deze zaak niet aannemelijk kunnen maken.

Het hof heeft hier geredeneerd dat, hoewel een billijke vergoeding niet specifiek (louter) punitief bedoeld is, sommige situaties hiertoe wel aanleiding toe kunnen geven. Dit sluit aan bij het New HairStyle-arrest van de Hoge Raad en is ook begrijpelijk gelet op hetgeen we hierboven lazen, maar dan had het hof wel een bruto en geen netto vergoeding moeten toekennen.

Dennis Veldhuizen (dv@clintlegal.com / +31 20 820 0330)