Rechter snoert mondkapjesweigeraar de mond

Een bezorger van een patisserieketen die op non-actief werd gesteld in verband met de herhaalde weigering een mondkapje te dragen, heeft geen recht op salaris, zo oordeelde Rechtbank Utrecht deze week.

Wat was er aan de hand?

Ondanks de uitdrukkelijke instructie van zijn werkgever weigerde de bezorger een mondkapje te dragen tijdens werktijd. Een aanmaning door zijn chef en zelfs een verbale confrontatie met een collega brachten hem niet op andere gedachten.

Daarop stelde de patisserieketen de bezorger op non-actief en schortte diens salaris op. Zij stelde hem echter in de gelegenheid deze maatregelen zelf ongedaan te maken door zich alsnog aan de mondkapjesplicht te houden. Dat deed de bezorger niet. In plaats daarvan vorderde hij in kort geding betaling van zijn achterstallige salaris.

Wettelijk instructierecht

De kantonrechter overwoog dat de patisserieketen als werkgever in beginsel gebruik mag maken van haar wettelijk instructierecht. Op grond van dat instructierecht mag een werkgever zijn werknemers eenzijdig voorschriften geven over het verrichten van de arbeid en ter bevordering van de goede orde in de onderneming. Werknemers hebben zich in beginsel te houden aan deze instructies, tenzij hiermee een inbreuk wordt gemaakt op hun persoonlijke levenssfeer.

Inbreuk op persoonlijke levenssfeer

De bezorger stelde zich op het standpunt dat het mondkapje een inbreuk maakt op zijn persoonlijke levenssfeer, omdat dit hinder, ongemak en gezondheidsrisico’s veroorzaakt. Daarop onderzocht de kantonrechter of deze inbreuk gerechtvaardigd is. Dat is volgens hem inderdaad het geval, omdat de mondkapjesplicht twee legitieme doelen dient.

Legitieme doelen rechtvaardigen inbreuk

Het eerste legitieme doel is gelegen in de wettelijk verplichting van een werkgever de individuele belangen van zijn werknemers te beschermen door te zorgen voor een gezonde en veilige werkomgeving. Zo dient de patisserieketen gedurende de coronapandemie te doen wat nodig is en binnen haar macht ligt om coronabesmetting van haar werknemers op de werkvloer te voorkomen.

Het tweede legitieme doel is gelegen in de bescherming van het bedrijfsbelang door de werkgever, omdat deze onder meer een loondoorbetalingsverplichting heeft bij ziekte. De patisserieketen mist naar schatting niet alleen 1.000 productie-uren door wegens ziekte of quarantaine afwezige werknemers, maar moet deze werknemers ook doorbetalen. De coronacrisis raakt haar hard. Hoewel over de effectiviteit van het mondkapje wordt getwist, is het een maatschappelijk aanvaard middel. Daarom gaat de kantonrechter er vanuit dat het dragen van een mondkapje gedurende de coronapandemie aan de veiligheid en gezondheid kan bijdragen. De patisserieketen mocht daar bij het geven van de instructie ook van uitgaan, te meer omdat zij deze instructie heeft gegeven op advies van de branchevereniging.

Differentiatie naar functie of één lijn?

De bezorger stelde voorts dat hij had moeten worden uitgezonderd van de mondkapjesplicht, omdat hij 80-90% van zijn tijd onderweg en slechts incidenteel inpandig is. De 1,5 meter maatregel zou volgens hem voldoende moeten zijn.

Ook met dit argument maakt de kantonrechter korte metten. De patisserieketen heeft  er belang bij om ten aanzien van de instructie één lijn te trekken binnen haar bedrijf. Het dragen van een mondkapje kan namelijk alleen effectief zijn als iedereen zich daar inpandig aan houdt. Bovendien is al sprake van een functiedifferentiatie nu de bezorgers hun mondkapje niet hoeven te dragen als ze in de transportbus rijden.

Zolang de bezorger weigert de instructie op te volgen, mag de patisserieketen zijn loonbetaling opschorten en de toegang tot zijn werk ontzeggen, aldus de kantonrechter.

Eric van Dam (evd@clintlegal.com / +31 20 820 0330)