Statutair bestuurder of (gewoon) algemeen directeur?

Regelmatig ontstaat bij een voorgenomen ontslag van een directeur discussie over de vraag of diegene wel statutair bestuurder is. De vraag is van belang omdat een statutair bestuurder een beperktere ontslagbescherming geniet dan een ‘normale’ werknemer.

Hoofdregel is dat de benoeming van bestuurders gebeurt door de algemene vergadering van aandeelhouders. Aan die benoeming dient een aandeelhoudersbesluit ten grondslag te liggen. De wet stelt echter geen vormvereisten daarvoor en de statuten van de vennootschap vaak evenmin.

Je zou denken, neem gewoon een schriftelijk aandeelhoudersbesluit, laat dit desnoods medeondertekenen door de nieuwe bestuurder en bevestig nog eens in de arbeidsovereenkomst met de directeur dat hij door ondertekening de benoeming aanvaardt. Vervolgens is het nog slechts een kwestie van inschrijving van de bestuurder in het Handelsregister.

Doe je dat niet dan krijg je als werkgever te maken met bewijsuitdagingen. Dat was ook in de volgende zaak het geval.

SterGro is enig aandeelhouder en bestuurder van Groveko. De directeur wordt ontslagen door SterGro. Partijen twisten daarbij over de vraag of hij als statutair bestuurder van SterGro moet worden aangemerkt dan wel als algemeen directeur/CEO van de dochtervennootschap, Groveko. SterGro zegt, dat hoewel er geen formeel aandeelhoudersbesluit ligt tot benoeming, de directeur sinds medio 2015 als statutair bestuurder van SterGro moet worden beschouwd. En door het ontslagbesluit en de opzeggingsbrief is met ingang van 1 juli 2020 een einde gekomen aan zowel de vennootschapsrechtelijke als de arbeidsrechtelijke relatie tussen de directeur en SterGro (conform de 15-april-arresten van de Hoge Raad).

De directeur stelt vervolgens dat hij weliswaar een arbeidsovereenkomst met SterGro had, maar in praktijk algemeen directeur van Groveko is, welke vennootschap ook zijn salaris betaalde. De directeur start een kort geding en krijgt gelijk: SterGro heeft niet aannemelijk weten te maken dat de directeur statutair bestuurder was van SterGro. Geen ontslag dus en de directeur blijft in dienst.

Daarvan gaat SterGro in beroep. Het hof vindt het wel aannemelijk dat een benoemingsbesluit is genomen en dat de directeur zijn benoeming heeft aanvaard. Bij de verkoop van zijn eigen bedrijf aan SterGro zou met de directeur zijn afgesproken dat hij bestuurder zou worden, er wordt naar zijn benoeming verwezen in de arbeidsovereenkomst en hij tekende af op de geconsolideerde jaarrekeningen van SterGro en de dochtermaatschappijen in de hoedanigheid van bestuurder. Bovendien noemde hij zichzelf statutair directeur in e-mailverkeer.

Kortom, volgens het Hof mocht X er niet gerechtvaardigd van uitgaan dat hij niet als statutair bestuurder was benoemd. Het hof gaat ervan uit dat de directeur rechtsgeldig is ontslagen per 1 juli 2020: met het ontslagbesluit van 27 april 2020 en de daaropvolgende opzeggingsbrief van 29 april 2020 is per 1 juli 2020 een einde gekomen aan de vennootschapsrechtelijke en de arbeidsrechtelijke relatie tussen SterGro en de directeur. Enkel indien partijen ten tijde van het sluiten van de arbeidsovereenkomst waren overeengekomen dat een (toekomstig) vennootschapsrechtelijk ontslag niet het arbeidsrechtelijk ontslag meebrengt, was dit anders geweest. Het hof verwijst daarbij naar de zogeheten 15-april arresten. Dat is hier niet gebeurd. Sterker nog, er is juist in de arbeidsovereenkomst bij ontslag van de directeur als statutair bestuurder en werknemer van SterGro een vertrekregeling/ontslagvergoeding opgenomen.

De overwegingen van het hof zijn opmerkelijk en wat mij betreft ook onjuist, nu de Hoge Raad in het Squamish/Van Ekelenburg-arrest duidelijk gemaakt dat het wezen voor de schijn gaat: indien een pseudo-bestuurder te goeder trouw heeft aangenomen dat hij als bestuurder was benoemd en/of zich als zodanig heeft  gedragen,  bijvoorbeeld  door  het  ondertekenen  van  de  jaarrekening,  het  vertegenwoordigen  van  de  vennootschap, en  dergelijke, maakt dat nog niet dat hij ook daadwerkelijk bestuurder is in de zin van Boek 2 BW.

En op grond van dergelijke feiten merkt het hof de directeur als statutair bestuurder aan. Hoe dan ook, deze uitspraak had met evenveel gemak in het voordeel van de directeur kunnen uitvallen. Dat had hem niet direct geholpen want inmiddels had SterGro ook een ontslagvergunning gevraagd en gekregen en de arbeidsovereenkomst was derhalve ook in het geval hij wel een ‘normale werknemer’ zou zijn geweest, geëindigd. Het is in ieder geval van belang om dit soort kostbare discussies te voorkomen, dit kan immers op eenvoudige wijze!

Dennis Veldhuizen (dv@clintlegal.com / +31 20 820 0330)