Werkgever hoeft ‘slaper’ niet actief te informeren

In november 2019 oordeelde de Hoge Raad over de toelaatbaarheid van ‘slapende dienstverbanden’. Van een slapend dienstverband is sprake als de werknemer langer dan 104 weken arbeidsongeschikt is. De loondoorbetalingsplicht vervalt dan maar de arbeidsovereenkomst blijft in stand. Zodra de werkgever deze beëindigt, heeft de werknemer recht op transitievergoeding. Dit vormt voor werkgevers, die net het salaris twee jaar hebben doorbetaald, vaak aanleiding het dienstverband ‘slapend’ te houden.

De Hoge Raad riep deze praktijk een halt toe: de werkgever dient mee te werken aan een werknemersverzoek tot beëindiging van het dienstverband onder betaling van de wettelijke transitievergoeding. Dit vloeit voort uit de wettelijke werkgeversverplichting zich als goed werkgever te gedragen.

Hoewel de Hoge Raad met zijn uitspraak veel onduidelijkheid wegnam, bleef de praktijk toch met vragen zitten. Rechtbank Rotterdam sprak zich recent uit over de vraag of een ‘goed werkgever’ zijn werknemer actief moet informeren over deze uitspraak van de Hoge Raad.

Wat speelde er?

Nadat werknemer in kwestie in december 2019 104 weken ziek was, stelde werkgever in januari 2020 voor de arbeidsovereenkomst te beëindigen onder toekenning van de transitievergoeding. Werkgever sloot aan bij de lagere transitievergoeding onder de Wet arbeidsmarkt in balans (Wab) die op 1 januari 2020 in werking is getreden.

Werknemer stelt dat hij recht heeft op de transitievergoeding die betaald had moeten worden bij een beëindiging in december 2019. Hij verzoekt de kantonrechter werkgever te veroordelen tot betaling van dit bedrag. Volgens werknemer had werkgever hem, na 104 weken ziekte, in december 2019 actief moeten informeren over zijn rechtspositie en mogelijkheden. Door dat niet te doen had werkgever zijn informatieplicht geschonden, aldus werknemer.

Daarbij doet werknemer een beroep op Europese rechtspraak waaruit volgt dat werkgevers zich niet aan hun verplichtingen moeten kunnen onttrekken door het enkele feit dat werknemers geen aanvraag doen. Stilzitten door de werkgever mag immers niet worden beloond.

Geen informatieplicht

De kantonrechter gaat niet mee in de argumentatie van werknemer. In de uitspraak van de Hoge Raad leest de rechtbank een ‘piepplicht’ voor de werknemer. Zolang de werknemer geen beëindigingsverzoek doet, ofwel niet ‘piept’, hoeft de werkgever geen actie te nemen. De kantonrechter ziet geen aanknopingspunten een informatieplicht voor de werkgever aan te nemen.

… maar beloond door stilzitten?

Ook het beroep op de Europese rechtspraak van de werknemer strandt. De lagere vergoeding is een gevolg van een wetswijziging waar werkgever geen invloed op had. De kantonrechter acht ook van belang dat een compensatieregeling gold voor transitievergoedingen die betaald werden na beëindiging van slapende dienstverbanden. De hogere transitievergoeding die werkgever bij beëindiging in december 2019 verschuldigd was geweest, was dan volledig gecompenseerd. De ontstane situatie levert de werkgever dus geen kostenvoordeel op. Hij is niet beloond door stil te zitten.

Rechtbank Rotterdam laat twijfel bestaan over de situatie waarin zowel werkgever als werknemer geen initiatief nemen tot beëindiging van een slapend dienstverband. Werkgever hoeft daardoor (lange tijd) geen transitievergoeding te betalen. Het is de vraag of stilzitten ook dan niet wordt beloond. De rechtspraak op dit vlak zal zich ongetwijfeld verder ontwikkelen. Voorlopig kan worden aangenomen dat op de werkgever in een slapend dienstverband geen informatieplicht rust.

Merel Keijzer (mk@clintlegal.com / +31 20 820 0330)